Spring naar inhoud

Bijenvolk samenstelling

Bijen worden niet voor niets door mensen gehouden. Een bijenvolk levert diverse produkten die commercieel interessant zijn. Honing, bijenwas, stuifmeel, propolis en koninginnengelei zijn allen in de handel verkrijgbaar. Tevens dienen ze als grondstoffen voor bv etenswaar, homeopathische middelen en boenwas. Daarnaast worden bijen ingezet om gewassen te bestuiven. Telers van gewassen huren bijenvolken van imkers en plaatsen ze in de boomgaard of kas om zo zeker te zijn van een goede bestuiving, bevruchting en vruchtzetting.

Een bijenvolk bestaat uit drie typen bijen (aantallen) :
Werkster (15.000-65.000) -  Dar (enkele honderden) -  Koningin of Moer (1)

De werksters zijn in de meerderheid. Ze zijn allen dochters van de moer met al dan niet dezelfde vader. Een moer paart met meerdere darren dus werksters kunnen zussen of halfzussen van elkaar zijn. Zoals de naam als zegt doen de werksters al het werk. Ze poetsen de cellen, beschermen het nest en halen nectar, stuifmeel, water en propolis. Werksters paren niet met darren maar leggen soms wel eitjes. Omdat deze eitjes onbevrucht zijn ontwikkelen zich darren uit deze eitjes. Wanneer er één of meerdere werksters aan de leg zijn, is dit veelal een teken van misstanden in het volk.
De darren zijn de mannetjes.

koningin dar en werkbij
Koningin, Dar, Werkbij

Met de darren is iets speciaals aan de hand want die worden geboren uit een onbevrucht eitje. Dat verschijnsel noemt men parthenogenese. Ze hebben dus alleen een moeder en geen vader. Het enige wat de darren doen, is een beetje rondhangen en eten van de voorraad. Natuurlijk sparen zij hun krachten om op een goed moment een jonge moer te kunnen bevruchten. Dat is waar het de darren om gaat. Je zou kunnen zeggen dat darren een soort verlengstuk zijn van de moer omdat ze identieke genen hebben. Ze produceren ongeveer tien miljoen spermacellen en zorgen dus ook voor de vermenigvuldiging van het erfelijke materiaal. Oneerbiedig gezegd zijn het slechts dragers van erfelijke eigenschappen. Ze maken het voor de moer mogelijk om haar genen niet alleen direct aan haar dochters mee te geven, maar in zeker zin ook aan haar kleindochters. Darren die het geluk hebben om te paren met een moer sterven direct na de paring. Andere darren worden tegen het eind van het seizoen tijdens de zogenaamde darrenslacht het nest uit gejaagd of gedood.

De moer is het hart van het volk. Zij zorgt voor de continuïteit. Ze kan verschillende jaren leven, maar gaat minder eitjes leggen naar mate ze ouder wordt. In het hoogseizoen kan ze wel 2000 eitjes per dag leggen. Ze geeft een stof af die de bijen laat weten dat ze in de buurt is. Wanneer de moer dood gaat en ze deze stof niet meer aanmaakt, weten de bijen dat ze een nieuwe moer moeten gaan maken. Dit doen ze door een jong larfje te voeden met alleen koninginnengelei. Het larfje veranderd als het ware van 'plan' en na twee weken wordt een nieuwe moer geboren. De moer wordt goed beschermd, verzorgd en gevoed door de werksters.

hof
Koningin in midden van hofstaat

De bijen die de moer verzorgen, noemen we de hofstaat. ( zie foto boven)
Ieder jaar wanneer het bijenvolk erg groot wordt, meestal ergens in mei, wil de moer met een gedeelte van het volk een nieuwe nestplaats opzoeken. Dit heet zwermen. Imkers proberen dit te voorkomen door aan het volk af te lezen wanneer de moer wilt gaan zwermen om haar dan net voor dat moment uit het volk te halen en in een nieuwe (kleine) bijenkast te stoppen, vergezeld van enkele duizenden bijen.
Deze 'kunstzwerm' groeit dan weer uit tot een volwaardig volk. Het volk waar de moer is uitgehaald, maakt dan weer een nieuwe moer en het bijenvolk heeft zich als het ware verdubbeld.

Taakverdeling onder de werksters in het bijenvolk
Wanneer een werkster geboren wordt, gaat ze direct aan de slag met werken. In het nest moet namelijk veel gebeuren. De cellen moeten worden gepoetst, nectar en stuifmeel moeten worden opgeslagen in de cellen, het nest dient te worden verdedigd tegen indringers, het broed moet worden verzorgd, er wordt nieuwe raat gebouwd etc. De onderstaande tabel geeft aan op welke leeftijd bijen bepaald gedrag vertonen:
Gedrag Leeftijd in dagen
Rusten Alle leeftijden
Rondgaan Alle leeftijden
Cellen poetsen 0-9e dag: veel,  9e-21e dag: af en toe
Eten stuifmeel 3e-21e dag
Verzorgen van broed 3e-20e dag
Raten bouwen 6e-21e dag
Cellen afdekken 2e-21e dag
Stuifmeel opbergen 13e-21e dag
Bewaken 19e-21e dag
Orientatievluchten 3e-21e dag
Dansen bekijken vanaf de 18e dag x
Foerageren (voedsel zoeken) vanaf de 20e dag

fig2

De werksters leven in het hoogseizoen tussen de zes en acht weken. Werksters die echter aan het eind van het seizoen worden geboren en niet hoeven uit te vliegen omdat er geen dracht meer is, leven langer. Zij helpen het bijenvolk de winter door en kunnen wel een half jaar overbruggen. Er zijn gemiddeld 15 tot 30 werksters bezig om beurtelings een cel te poetsen. Het poetsen van een cel duurt ongeveer 40 minuten. Iedere larve wordt elke dag gemiddeld 1300 keer gecontroleerd door de gemiddeld 2700 werksters die haar verzorgen en voeden. Per week wordt er bijna acht uur aan iedere larve besteed!

Onder eitjes in raat (witte streepjes)

Het broedeitjes en larven
Het broed bevindt zich in de bijenkast in verschillende fasen.

Wanneer de moer een eitje legt, ontwikkelt het eitje zich eerst tot larve (open broed) en later tot pop.

De cel is dan gesloten (gesloten broed). In de onderstaande tabel kan je lezen hoe lang, in dagen, de verschillen fasen in de ontwikkeling van de drie typen bijen duren.

Werkster eitje 3, larve 6, pop 12 dagen
Dar eitje 3, larve 6, pop 15 dagen
Moer eitje 3, larve 6, pop  7 dagen

larven stadium raat

De eitjes die eerst rechtop in de cel staan en later gaan liggen hebben nog reservevoedsel in zich. Op de vierde dag wordt er een hoeveelheid melk in de cel gedeponeerd. Deze melk is een mengsel van voedersap uit de voedersapklieren van de bijen én honing.