Spring naar inhoud

Koninginnegelei

1.Koninginnegelei
2.Wat is koninginnegelei?
3.De geschiedenis van koninginnegelei
4.Samenstelling van koninginnegelei
5.Hoe wordt koninginnegelei gewonnen?
6.De geneeskracht van Koninginnegelei
7.Het gebruik van koninginnegelei

1. Koninginnegelei
Dat honing een product is van de honingbijen is vrijwel bij iedereen bekend, evenals het feit dat (bijen)was door de bijen zelf wordt geproduceerd. Andere producten van de honingbij zoals: bijengif, stuifmeelpollen, propolis en koningengelei zijn bij het grote publiek minder bekend. De toepassing van bijengif is in de praktijk maar zeer beperkt. Stuifmeel, Propolis en Koninginnegelei (ook wel Koninginnebrij, - Koninginnepap of Gelée Royale genoemd) worden vaker gebruikt. Jarenlang is koninginnegelei met een vleugje geheimzinnigheid omgeven. De meest fantastische eigenschappen werd /wordt aan koninginnegelei toegeschreven. Nog steeds wordt dit relatief kostbare bijenproduct vanwege de versterkende en geneeskrachtige werking vooral als geneeskrachtig middel en/of voedingsupplement in de handel gebracht. Ook wordt koninginnegelei evenals honing, propolis en bijenwas behalve voor de farmacie, ook voor cosmeticadoeleinden toegepast.

2. Wat is Koninginnegelei?
Koninginnegelei wordt door de honingbijen geproduceerd. Het is in principe voedsel voor bijenlarven. Zij krijgen dit voedsel door voedsterbijen toegediend. Voedsterbijen zijn werkbijen van 6 tot 14 dagen oud, die in die periode via klieren in het in de kop, de zogenaamde: "voedersapklieren", het larvenvoedsel afscheiden. De werksterlarven krijgen koninginnegelei tot de derde dag van hun leven. Hierna moeten zij het met een minder voedzame voedsel doen. Koninginnelarven daarentegen blijven ook na de derde dag koninginnegelei als voedsel toegediend krijgen. Indien er geen jonge koninginnen (imkers spreken ook van: "moeren of moertjes") in aantocht zijn, produceren de bijen dus minimaal koninginnegelei. Indien het bijenvolk qua aantal bijen sterk is toegenomen, kan het volk "zwermlustig" worden, d.w.z. dat het volk zich wil afsplitsen in verschillende kleinere volken. Elk volkje heeft een koningin nodig en daarom zullen de bijen, alvorens te gaan zwermen, er zorg voor dragen dat nieuwe koninginnen geboren kunnen worden. Hiertoe zal de oude koningin in speciale cellen die i.p.v. horizontaal, verticaal zijn opgesteld, eitjes gaan leggen. Deze cellen worden ook wel: koninginnecellen, zwermcellen of moerdoppen genoemd. De larven in deze cellen zijn koninginnelarven en tegen de tijd dat zich in een volk ca. tien tot wel enige tientallen van deze moerdoppen bevinden, zullen de voedsterbijen aanmerkelijk meer koninginnegelei moeten produceren.
Resumerend: "alle vrouwelijke larven krijgen de eerste 3 dagen koninginnegelei als voedsel, maar alleen koninginnelarven krijgen de gehele larvenstadium koninginnegelei als voedsel toegediend". Het merkwaardige is, dat koninginnegelei een bepalende factor is of een vrouwelijke larf uiteindelijk een werkster of een koningin wordt. Tevens gaat het groeiproces bij koninginnelarven aanmerkelijk sneller (van ei tot bij duurt 16 dagen) dan bij werksterlarven (van ei tot bij duurt 21 dagen). En dat terwijl een werkster korter leeft (zomerbij ca. 6 weken, winter bij ca. 6 maanden), dan een koninginnebij (bijenkoningin kan wel enkele jaren oud worden). Dat een uit het ei gekomen larve slechts 0,1 milligram weegt en na 5 dagen het gewicht is toegenomen tot: 300 milligram (een gewichtstoename die 1800 maal hoger ligt dan het oorspronkelijke gewicht), wordt mogelijk toegeschreven aan de bijzondere samenstelling van koninginnegelei. Een koninginnebij wordt haar gehele leven met koninginnegelei gevoed. Hierdoor is zij in staat om gedurende het hoogseizoen zo'n 1500 tot 2000 eitjes per dag te leggen, wat neerkomt op een dagelijkse eierleg productie van haar eigen gewicht. Een bijenkoningin kan hierdoor gedurende haar leven de moeder worden van wel 2 miljoen bijen. Mede door deze merkwaardige feiten heeft koninginnegelei al eeuwenlang de belangstelling gewekt van onderzoekers.
Koninginnegelei is een witachtige substantie die iets weg heeft van yoghurt.
Het heeft een zurige smaak en aroma, waardoor de meeste mensen het niet als erg smakelijk zullen ervaren.

Bij controleert koninginnengelei in dop

3. De geschiedenis van Koninginnegelei
Koninginnegelei mag de meest omstreden bijenproduct genoemd worden. Eeuwenlang werd het als een soort: "wonderproduct" gepromoot, dat als een kostbaar goedje werd verhandeld. Toen men in staat was om de samenstelling van koninginnegelei te analyseren, bleek dat geen opzienbarende stoffen in koninginnegelei aanwezig was. Eigenlijk verschilt de samenstelling van koninginnegelei niet zoveel met die van stuifmeel. Hierna volgde een periode dat de vermeende geneeskracht van koninginnegelei meer als bijgeloof werd beschouwd. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw, is koninginnegelei, bij toepassingen als geneeskrachtig middel vrijwel over de gehele wereld onderzocht. De onderzochte patiënten vielen onder verschillende leeftijd categorieën, van baby's, volwassenen, tot bejaarden. Men ontdekte bij alle soorten patiënten verbluffende resultaten. Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat koninginnegelei inderdaad zijn geneeskracht bewezen heeft, maar dat men (nog) niet precies achter de geheimen heeft kunnen doordringen.
De ontdekking van koninginnegelei wordt toegeschreven aan de Nederlander: Swammerdam (1630 - 1680). Hij schreef in zijn "Bijbel der Natuur": "Ik heb het voedsel van de koninginnelarve ontdekt; het lijkt op stijfsel, de smaak is zurig". De Fransman Réamur (1683 - 1757) schreef: "Het voedsel van de koninginnelarve is een slijmachtige stof, grijswit van kleur, waarvan de smaak lijkt op die van gemarineerd vlees, enigszins zoet, heet en zurig". Pas in 1912 is het de Duitse dr. J. Langner geslaagd het ontstaansproces van koninginnegelei te achterhalen.

4. Samenstelling van Koninginnengelei
Een analyse van koninginnegelei naar R.B. Wilson geeft het volgende aan:
65,05% water
12,34% eiwit
06,46% vet
12,49% koolhydraten
00,82% mineralen
02,84% onbekende stoffen
In koninginnegelei komen ook een verscheidenheid van vitaminen voor, zoals: de vitaminen B1, B2, B6, C, E, A, PP, Pantotheenzuur, biotinem inositol, foliumzuur.
Uiteraard zijn de hoeveelheden uiterst gering.
Opvallend is de 10 maal hogere patontheenzuur concentratie in koninginnegelei t.o.v. werkstervoedsel.
De aanwezigheid van hormonen en andere stoffen werd eveneens vastgesteld, evenals kleine hoeveelheden van spore - elementen, zoals: ijzer, calcium, silicium, koper, fosfor, enz. Het eiwit in koninginnegelei is opgebouwd uit 12 aminozuren, waaronder cystine. Een bijzonder onverzadigd vetzuur is door o.a. dr. Towsend en dr. Lucas geïsoleerd. In de (nog) onbekende factoren (stoffen) in koninginnegelei (dikwijls aangeduid als "factor R") schuilt hoogst waarschijnlijk de verklaring van de wonderlijke geneeskracht van dit "natuurproduct".

5. Hoe wordt Koninginnegelei gewonnen?
Het bijenvolk:
Een bijenvolk of bijenkolonie bestaat in het voorjaar - en zomer - seizoen uit enige tienduizenden (ca. 40.000) individuen. Het merendeel van die individuen zijn werksters. Werksters zijn vrouwelijke bijen wiens geslachtsorganen niet ontwikkeld zijn. In een bijenvolk leeft slechts één koningen of moer. Zo'n moer is in feite de moeder van alle werksters in het volk. Werksters en koninginnen worden geboren uit bevruchte eitjes. Zij bezitten 16 chromosomen van moederskant en 16 chromosomen van vaderskant, dat een totaal geeft van 32 chromosomen. Zodra na de winterperiode de dagen lengen, zullen de moeren in iets grotere raten (cellen) eitjes gaan leggen. Deze eitjes bevatten echter geen sperma, zodat deze eitjes onbevrucht zijn. Uit deze eitjes ontstaan de mannetjesbijen, ook wel "darren" genoemd. Dit verschijnsel wordt "parthenogenese" genoemd en hieruit blijkt dat darren geen vader hebben, maar uiteraard wel een grootvader.
Een moer is dus in staat om bevruchte of onbevruchte eitjes te leggen. Omdat darren uitsluitend een paringsfunctie hebben is hun verschijningsvorm alleen in de warme jaargetijden gewenst. Dan alleen zijn de darren in alle volken gewenst en mogen zij elke kast of korf in en uit vliegen, (in tegenstelling tot de werksters, die zich uitsluitend in hun eigen volk mogen bevinden). Darren zijn daarom ook potentiële ziekteverspreiders. De koningin scheidt voortdurend een hormoonachtige stof af, die wij "feromoon" noemen. Zo'n feromoon is voor elke koningin uniek en daarom vergelijkbaar met een vingerafdruk bij de mens. Daarom herkent elke individuele werkster vanwege een feromoon bij welke koningin zij hoort. Elke bij komt, doormiddel van verspreiding met de tong, in kontact met het feromoon afkomstig van haar moer. Het feromoon regelt als het ware ook de saamhorigheid binnen een volk. Indien het volk met heel veel individuen is uitgegroeid tot een groot volk, bestaat de kans dat niet elke bij in voldoende mate in aanraking komt met het feromoon. Hierdoor raakt een volk in een zogenaamde "zwermstemming" en zullen er koninginnecellen worden voorzien van eitjes. Vanaf het moment dat de koninginnecellen zijn verzegeld (de koninginnelarf is dan in een popstadium), kan het volk gaan zwermen. Dat wil zeggen dat de oude koningin met een deel van het volk ergens anders een onderkomen zoekt, om een nieuwe generatie koninginnen de ruimte te geven. De aantallen koninginnecellen dat door de bijen per volk worden verzorgd, kan per volk en per ras sterk verschillen. Minder dan 10 cellen (doppen) is weinig en meer dan 30 cellen (doppen) is veel te noemen. Uit bovenstaande blijkt dat in beginsel per volk maar weinig koninginnegelei valt te oogsten.
Als een moer om welke reden dan ook uit het volk verdwenen is, zal gewoonlijk binnen het uur elk individu in zo'n volk het gemis van een koninginnen voelen. Zo'n volk zal zich in de regel heel nerveus gedragen, maar als het volk over voldoende eitjes of ééndagslarven beschikt zal de rust weldra terugkeren. Indien de larven niet ouder zijn dan 2 dagen, zijn de bijen n.l. in staat om de cellen waarin die larven zich bevinden om te transformeren tot koninginnecellen. Imkers noemen deze cellen (die zich in tegenstelling tot normale moerdoppen, kriskras midden op de raten bevinden) "redcellen". Na 13 dagen zullen uit deze cellen de eerste koninginnen geboren worden.
Moerdoppen:
Zoals gezegd worden de eitjes waar bijenkoninginnen uit geboren worden in koninginnecellen gelegd, die ook zwermcellen of moerdoppen worden genoemd.
Uitsluitend uit deze cellen kan koninginnegelei worden geoogst. Door koninginnen uit de volken te verwijderen of te isoleren, kan een imker de bijen dus extra stimuleren om in moerdoppen (redcellen) koninginnelarven van koninginnegelei te voorzien, om het vervolgens uit de volken halen. Een andere techniek om koninginnegelei te winnen is, om nadat de moer is geïsoleerd in het volk latten met plastic doppen te hangen, waarin larven zitten van niet ouder dan 36 uur. Hierna laat men de bijen ongeveer twee en een halve dag ijverig werken, omdat gedurende deze periode de grootste hoeveelheid koninginnegelei door de bijen geproduceerd worden, van bovendien de beste kwaliteit. Iedere cel bevat 150 tot 300 milligram koninginnegelei. Dat kan een totaal geven van zo'n 6 tot 12 gram per volk. Die hoeveelheden zijn niet echt spectaculair te noemen. Begrijpelijk dus dat koninginnegelei een kostbaar product is. Gelukkig dat men maar weinig koninginnegelei als geneesmiddel nodig heeft om toch voldoende van de geneeskracht te kunnen profiteren.
Houdbaarheid van koninginnegelei
Als koninginnegelei in een goed gesloten glazenpot wordt bewaard, niet warmer dan ca. 5ºC, zonder dat er licht, lucht of vocht bij kan komen, dan kan het maandenlang houdbaar zijn (12 tot 18 maanden). Door middel van een droogvriesmethode, waarbij het water uit koninginnegelei onttrokken wordt, zodat alleen witte plaatjes overblijven, wordt het onbeperkt houdbaar gemaakt. Men dient hierna voor gereedmaken van de koninginnegelei, de witte plaatjes wel weer in water op te lossen.

6. De geneeskracht van koninginnegelei
Koninginnegelei is zeker (net als alle producten van de bijen) een wonderbaarlijk, maar beslist geen wondermiddel. Koninginnegelei is een natuurproduct zonder nadelige invloeden of bijwerkingen. Het heeft een enorme invloed op de bijenlarven en de bijenkolonie. Wellicht dat een klein beetje ervan ook door de mens ervaren kan worden bij gebruik van koninginnegelei, die in combinatie met honing een weldadige werking zal hebben. Maar nogmaals: "koninginnegelei is geen wondermiddel". Een aangepaste consumptiegedrag en verbeterde levenswijze (waarbij o.a. minder koffie, alcoholica, suiker, vlees, brood en gebak, maar meer groenten, fruit en voldoende beweging) zullen wel onderdelen moeten zijn van de therapie. Imkers of anderen die koninginnegelei in de handel brengen zijn over het algemeen geen medici, vandaar het advies om: "ingeval van ziekten of kwalen altijd eerst een arts te raadplegen", van kracht blijft. Vanuit natuurgeneeskundig standpunt gezien ligt de geneeskracht in ieder menselijk organisme en kan een middel van buitenaf niets anders doen dan een zekere reactie teweeg brengen, om de innerlijke geneeskracht op gang te brengen. Een ziekte ontstaat door een storing in het organisme. Hierdoor functioneert het organisme niet zoals het behoort te doen. Indien de oorzaak van de storing niet wordt weggenomen, zal nooit een echt permanent genezend resultaat worden bereikt. Bij talrijke genezingsprocessen is koninginnegelei als ondersteuning bijzonder geschikt. Hoewel de werking van koninginnegelei als geneesmiddel over de gehele wereld is onderzocht, is dit vaker in Oostblok landen gebeurd. Zo is koninginnegelei door een aantal Russische artsen (Trotyzky, Nisov en Loupatchev), van het medisch instituut van Riaznan beschreven. Onderstaand een fragment uit hun verslag:
"Koninginnegelei werkt als een opwekkend middel in op het organisme, de algemene toestand verbetert, er komt energie vrij, het fysieke en intellectuele prestatievermogen neemt toe, het humeur slaat om naar optimisme. Volgens gegevens van G. Hammer brengt ze een tijdelijke toename van 24% van het basaal metabolisme teweeg. Men is het over eens dat ze een verjongende werking heeft. Bij oude mensen gaat het geheugen en het gezichtsvermogen vooruit. ze oefent een gunstig invloed uit op aderverkalking, angina pectoris, zweren, bloedarmoede, neerslachtigheid en zwakte"
Andere geneeskrachtige eigenschappen die aan de hand van proeven en testen aan koninginnegelei in combinatie met stuifmeel en / propolis kan worden toegeschreven is de potentie verbeterende werking en hulp die het kan bieden bij typische vrouwenklachten w.o. menstruatieklachten en in geval van problemen (verstoorde hormoonhuishouden in het lichaam) gedurende de overgang.
Het zou te ver gaan om hier al die talrijke onderzoekingen zowel op mensen als op dieren weer te geven. Toch is het belangrijk om hier nog één ophefmakende onderzoekingen verkort weer te geven. Dat is de uitslag van experimenten van dr. Towsend en dr. H.F. Morgam, van het Ministerie van Volksgezondheid in Otatawa (Canada) in 1959, die zij in het kader van kankertherapie hebben uitgevoerd. Hierbij werden 2000 muizen voor de proeven gebruikt. Een eerste (controle) groep muizen werd ingeënt met kankercellen. Een tweede groep eveneens, maar dan werd aan de kankercellen koninginnegelei toegevoegd. Binnen twee maanden waren alle muizen van de eerste groep dood. De muizen van de tweede groep bleven in gezondheid verkeren.

7. Gebruik van koninginnegelei
Koninginnegelei kan gebruikt worden als ondersteuning bij bestrijden van bepaalde ziekten, of als een algemeen lichamelijk versterkende kuur. Meestal duurt een kuur ca. 20 dagen. Een kuur kan men 2 of 3 keer per jaar herhalen
Dosering: Bij een kuur van 20 dagen wordt dagelijks wordt 50 tot 150 mg per dag geadviseerd. In totaal wordt dan 1 tot 3 gram koninginnegelei geconsumeerd. Het zijn dus in feite hele kleine hoeveelheden.

Enkele toepassingen
Nerveusheid:
Koninginnegelei kan met succes gebruikt worden om verzwakte zenuwen of om depressies te boven te komen. Vanzelfsprekend dient men naast het gebruik van koninginnegelei ook andere therapieën te moeten volgen.
Eetlustherstellend:
Dat koninginnegelei een regulerende werking heeft op de eetlust mag opmerkelijk genoemd worden. Inname van koninginnegelei (vermengd met honing) houdt n.l. het bloedsuikerspiegel op peil, waardoor juist eetlust wordt getemperd. De eetlustopwekkende werking is het gevolg van het versterken van het zenuwgestel. Het gaat hier voornamelijk om een onderdrukte eetlust. Mensen die aan anorexia nervosa leiden, doen er goed aan regelmatig een koninginnegelei kuur te volgen.
Maagzweer en zweer aan de twaalfvingerige darm:
In combinatie met honingconsumptie worden gunstige resultaten behaald om dergelijke zweren te genezen. Ook hier mag gesteld worden dat versterken van het zenuwstelsel een grote rol speelt.
Ondersteuning van de geslachtsfuncties:
Dr. Decourt heeft het volgende hierover beweerd:
Koninginnegelei brengt bij bepaalde patiënten een verbetering van de geslachtsfuncties (potentie) tot stand. Vooral wanneer deze achteruit zijn gegaan vanwege de leeftijd of door andere oorzaken. De vraag is of dit effect het gevolg is van de algemene opwekkende werking, die zich vooral manifesteert als er sprake is van vermoeidheid of dat het een indirect gevolg is van de invloed van de psyche, aangezien het gevoel van euforie en een grotere zelfvertrouwen een gunstige invloed hebben op de potentie, wanneer de afname ervan haar oorsprong vindt in een psychische stoornis, al was het valleen maar de vrees om te kort te schieten. Het schijnt echter dat koninginnegelei soms de potentie via een andere, meer rechtstreekse weg kan doen toenemen.
Invloed op de groei:
De verklaring waarom bijenkoninginnen groter zijn dan de werksters, hier qua (groei)ontwikkeling 5 dagen sneller over doen dan de werksters, is door dr. Remy Chauvin onderzocht. Hij isoleerde een groeifactor uit koninginnegelei. Ook voor kinderen kan koninginnegelei de groei gunstig beïnvloeden. Toch zullen groeiafwijkingen in de regel vrij moeilijk te behandelen zijn.
Toediening bij zuigelingen:
Allereerst dient gesteld te worden dat koninginnegelei nimmer in combinatie met honing aan zuigelingen moet worden toegediend. Dit heeft te maken dat bij baby's de maagdarmflora nog niet voldoende is ontwikkeld zodat het gebruik van honing tot bepaalde (botulisme) vergiftiging kan leiden. Verschillende Europese artsen hebben baby's en peuters succesvol met koninginnegelei behandeld. Het betreft hier o.a. het opheffen van verteringsproblemen, verbetering van bloedsamenstelling / bloedsuikerspiegel en verbetering van gewichtstoename.
Hart en vaatziekten
Dr. Josef Sainte uit Montreal (Canada) heeft hierover een uitvoerig verslag geschreven. Koninginnegelei is hier een belangrijke factor ter ondersteuning van een totaaltherapie, waarbij risicofactoren zoals, overgewicht, roken stress, enz, eerst geëlimineerd dienden te worden.
Verlaging Cholesterolgehalte:
Cholesterol wordt door de lever gevormd. Bij een te hoog cholesterolgehalte speelt de vloeibaarheid van cholesterol een belangrijke rol. Indien het cholesterol vloeibaar blijft, bestaat er weinig kans dat het in de aderwanden gaat vastzetten en ophopen. Koninginnegelei bevordert waarschijnlijk de leverwerking en op het vloeibaar houden van het cholesterol. Ondanks de talrijke gevallen waarbij koninginnegelei gunstige invloed heeft gehad op het cholesterolgehalte, speelt de algehele levenswijze een grote rol.
Hoge bloeddruk of lage bloeddruk:
Het gebruik van koninginnegelei doet de bloeddruk normaliseren. D.w.z. dat te hoge bloeddruk zal dalen en te lage bloeddruk zal stijgen. De juiste werking van het normalisatieproces is (nog) niet aangetoond.
Aderverkalking:
Dr. Egoroo heeft 80 patiënten lijden aan aderverkalking met koninginnegelei behandeld. Hij stelde het volgende vast: "Opwekkende en versterkende invloed op de patiënten met een hypotonisch ziektebeeld. Verbetering van de algemene toestand en vermindering van de reacties van de bloedvaten, alsook een algemene regulering van de bloeddruk.
Suikerziekte:
Talrijke artsen hebben kunnen vaststellen dat ca. 3 uur na het innemen van een dosis koninginnegelei een daling van 33% van het suikergehalte in het bloed kon worden aangetoond. Koninginnegelei is beslist een geschikt ondersteuningsmedicijn in de strijd tegen suikerziekten.
Astma:
Gebruik van koninginnegelei kan er zorg voor dragen dat de astma aanvallen verminderen of minder ernstig van aard worden.
Huidkwalen:
Koninginnegelei maakt de huid zacht en fijn. Bij verschillende huidkwalen is het gebruik van koninginnegelei verantwoord. Het gebruik van koninginnegelei die verwerkt is huidcrèmes en huidzalfjes kan, in geval van huidaandoeningen, heel nuttig zijn. In de huidkliniek van Safarik (Slowakije) werden verschillende patiënten met wratten behandeld met een zalf die 1% koninginnegelei bevatte. Ook werden gevallen van Lupus behandeld. Hier werd gebruik gemaakt van een zalf bestaande uit honing en koninginnegelei. Na 3 maanden waren er geen sporen meer zichtbaar.
Ouderdom:
Een regelmatige kuur van 20 dagen met koninginnegelei, zal veel bejaarden goed doen. Onderzoek bij deze groep mensen heeft aangetoond dat normalisering van bloeddruk, meer eetlust, verbeterde slaap en gemoedstoestand en versterking van de algemene toestand tot de resultaten behoren.
Andere toepassingen:
Hoewel hier niet verder beschreven, wordt koninginnegelei ook bij de diergeneeskunde toegepast.

Met dank aan alle onderzoekers, publicisten, Nederlandse en Vlaamse imkerbonden en/of verenigingen